Andy van Ommeren wildfotografie

 DE MOEFLON 

Ovis gmelini musimon 

Familie: Holhoornigen (Bovidae)

Klasse: Zoogdieren (Mammalia)

Orde: Evenhoevigen (Artiodactyla)

Mannetje: ram
Vrouwtje: ooi
Jong: lam 

ALGEMEEN 

De moeflon is het kleinste wilde schaap. In Nederland leven ze voornamelijk op de Veluwe en het Wekeromse Zand. In het wild komt deze soort alleen nog voor op Corsica en Sardinië. Het is van oorsprong geen Nederlandse soort maar is  vanuit het Middellandse Zeegebied bij ons ingevoerd voor de jacht. Het zijn nazaten van een kudde die begin vorige eeuw is uitgezet in het Nationale Park De Hoge Veluwe. Ze hebben zich uitstekend aan het nieuwe leefgebied aangepast. De rammen hebben horens. Ook ooien kunnen horens hebben maar die zijn beduidend kleiner. Het zijn herkauwers die met karig voedsel genoegen nemen. De moeflon heeft een uitstekend zicht en een goed reukvermogen. In ons land hebben ze geen natuurlijke vijanden. 

UITERLIJK 

Schofthoogte is 65 tot 75 centimeter, lichaamslengte 110 tot 130 centimeter en het gewicht 30 tot 50 kilogram. Moeflons kunnen ongeveer 15 jaar worden. De zomervacht heeft een roodbruine kleur. De meeste rammen hebben aan beide zijden van het lichaam een lichte vlek (zadelvlek). De wintervacht is donkerder waardoor de zadelvlek nog beter opvalt. 

HORENS 

De horens (krukken) bestaan uit gevoelloos beenweefsel en zijn hol. Ze groeien permanent door en worden niet zoals bij de hertachtigen afgeworpen.  Ze hebben een spiraalachtige vorm. Omdat de groei in de winter stilstaat ontstaan er een soort jaarringen waaraan de leeftijd van de ram is af te lezen. Het kan voorkomen dat de horens zo sterk naar binnen groeien dat ze het dier raken.  Dit geeft pijnlijke verwondingen met soms de dood tot gevolg.

LEVENSWIJZE

Moeflons zijn zwijgzame schuwe dieren die overdag en in de schemering actief zijn. Het zijn kuddedieren. Het grootste deel van het jaar leven ze naar geslacht gescheiden.  Ooien, hun lammeren en jonge dieren van het jaar daarvoor leven in kuddevorm. Ze worden aangevoerd door de oudste ooi. Volwassen rammen leven alleen of in kleine groepjes. Binnen hun leefgebied leiden ze een zwervend bestaan al naargelang het voedselaanbod of verstoring. 

PAARTIJD 

Tussen oktober en december is de bronst (paartijd). Rammen, zes jaar of jonger, nemen niet deel aan de bronst.  In deze tijd houden de rammen zich op in de buurt van de ooien. Tijdens de bronst ontstaan er felle gevechten tussen de dominante mannelijke dieren. Van enige afstand rennen de rivalen naar elkaar toe. Op het laatste moment komen ze met de voorpoten van de grond en stoten uit volle kracht met de horens tegen elkaar. Het geluid is op grote afstand te horen. Dit wordt herhaald tot er een winnaar is. De winnaar drijft een bronstige ooi uit de kudde om met haar te paren. 

GEBOORTE 

Van maart t/m mei worden de lammeren geboren. De draagtijd is circa vijf maanden. Meestal krijgen de ooien in het derde levensjaar hun eerste lam. Voor de geboorte zondert de ooi zich ver van de kudde af en brengt één lam ter wereld, zelden twee. Het lam heeft bij de geboorte een grijsbruine vacht en weegt ±3000 gram. Al na tien tot twintig minuten kan het lam de moeder volgen en sluiten ze zich weer aan bij de kudde. Lammeren zijn zeer snel zelfstandig en zoeken leeftijdgenoten om te spelen. Ze worden vier tot vijf maanden gezoogd. Het lam blijft ongeveer twee jaar bij de kudde tot het zelf geslachtrijp is.

Ga hier naar de foto's van moeflons.